Imkersbond ABTB.


Symposium Bijengezondheid 2013
Binnen het Nationaal Programma Honing Nederland is Bijen@wur in 2012 begonnen met het organiseren van een jaarlijks Symposium Bijengezondheid.
Lees meer

Leerplan Drachtplanten van de honingbij

Doelstelling:

  1. kennis aanbrengen met betrekking tot bloembiologie, drachtplanten in soorten en de honingbij als bestuivend insect mede met het oog op haar economische betekenis;
  2. mogelijkheden aangeven ter verbetering van de drachtweide: door de imker zelf, door imkersorganisaties en door openbare instanties;
  3. beoordeling van een bestaand landschap als drachtweide;
  4. vermeerdering van drachtplanten toepassen.
Opmerkingen:
de praktijklessen zullen afhangen van:
  • de interesse en mogelijkheden van cursisten en leraar
  • de outillage van de betreffende agrarische school
  • de gevarieerdheid van bet landschap in en rond de cursusplaats;

afhankelijk van deze mogelijkheden zullen de punten c. en d. van de doel- stelling per cursus verschillende aandacht krijgen, met dienverstande dat de stuurgroep vindt, dat alle doelstellingen aan de orde moeten komen; een meerderheid van de stuurgroep vindt, dat de cursus toegankelijk is voor imkers die een beginnerscursus (basiscursus) hebben gevolgd: personen, werkzaam in het openbaar groen, kunnen aan de cursus deelnemen mits de inspecteur hiervoor toestemming geeft.
 

Duur van de cursus: 40 lessen van 50 minuten te verdelen over 20 bijeenkomsten van februari t/m november.

Theorielessen:
1. Opening cursus, kennismaking. Vaststelling accenten in de stof.
o Betekenis van planten.
o Levensfuncties van planten.
o Planten als vastleggers van energie: fotosynthese.
o De betekenis hiervan voor mens en dier.
o Indeling van het plantenrijk (summier)
2. Hoofdorganen van de plant. Wortel, stengel, blad.
o Bouwen functie van de bloem.
o Bestuiving en bevruchting: zelf- en kruisbestuiving.
o Wind- en insectenbestuiving.
o Betekenis van insecten voor de bestuiving.
3. De honingbij als bestuiver.
o Voor- en nadelen van de honingbij als bestuiver.
o Economische betekenis hiervan bij cultuurgewassen.
o Drachtplanten: eisenpakket.
o Factoren van invloed op de dracht. In- en externe factoren.
o Drachtkalender.
4. Reizen {summier)
o Relatie bloembouw en insect
o Lokmiddelen van de bloem
o Openingstijden van de bloem
o Temperatuur voor het honingen
o Andere bestuivende insekten.
o Vlieggatwaarnemingen.
5. Indeling van zaadplanten in families.
o Vormleer voor de herkenning van families.
o Enkele plantenfamilies, waarin veel drachtplanten voorkomen nader behandelen
(b.v. kruisbloemigen,rozenfamilie, wilgenfamilie, lelie-achtigen, vlinderbloemigen,
samengesteldbloemigen)
o Onderscheid cultuurplanten - wilde planten.
6. Bodemkunde en vegetatiekunde in relatie met de omgeving 'van de cursusplaats. Belangrijkste grondsoorten:
o ontstaan;
o eigenschappen;
o waterhuishouding;
o verschil in begroeiing.
o invloed van grondgebruik en grondbewerking op de vegetatie.
7. Drachtverbetering door de imker.
o Kweken van drachtplanten.
o Methoden van vermeerdering (zaaien, scheuren, stekken).
o Snoeien van bloeiende heesters.
8. Drachtverbetering door andere instanties.
o Erfbeplanting.
o Openbaar groen
· in bebouwde kom;
· langs wegen;
· op dijken.
                    o Inplanten van overhoeken en inzaaien van braakliggende gronden. Overleg met instanties hierover.
9. Natuurbescherming en bijenteelt.

                  `o Dracht in natuurgebieden
                    o Nadruk op natuurbeschermingsorganisaties, werkzaam in de cursusplaats. Natuurbeschermingswetgeving.

  • Gewasbescherming 
    wetgeving
    middelen
  • Bestuivingsregeling.
  • Bestrijdingsmiddelenwet: procedures en regelingen, met name van belang voor de bijenteelt.

10. Examen en nabespreking.
     Extra theorie

11. Splitsing les 6 in bodemkunde en vegetatiekunde.

12. Splitsing les 9 in natuurbescherming en gewasbescherming.
 
Als in praktijklessen veel aandacht wordt besteed aan het kweken van dracht- planten krijgt deze les de volgende inhoud: Reizen met bijen: in voorjaar,zomer en nazomer.Beschikbaar stuifmeel in voorjaar en herfst.Plaatsen van bijen op verschillende cultuurgewassen (volle grond onder glas)
 
 
 
Praktijklessen excursie-en exploratiemodel.
 
1. Half april. Excursie in een gevarieerd landschap ter kennismaking met plantensoorten vegetatie. bodem en landschap. Beoordeling van en onderzoek naar de betekenis voor de bijen.
(zelfde excursie later in het seizoen lof 2 keer herhalen)
2. Determineren van planten (binnen meer theoretische aanpak. buiten meer praktische aanpak).
3. Excursie in de omgeving van de cursusplaats met de nadruk op bodemtypen en vegetatietypent in relatie tot de bijenteelt.
4. Excursie naar een heemtuin (b.v. I.V.N.. natuurtuin met veel soorten en vegetatietypen).
5. Excursie naar de Ambrosiushoeve of gelijkwaardig park.
6. Zomer: (zie les 1) nadruk op bloeiende (dracht)planten.
7. Excursie naar een kwekerij. waar veel vermeerderingstechnieken worden gedemonstreerd.
8. Zelfvermeerderingstechnieken toepassen.
9. Excursie naar een gevarieerde openbare groenvoorziening in de bebouwde kom in voorjaar/zomer. eventueel mede onder leiding van de beheerder.
10. Excursie naar een natuurgebied of natuurreservaat in de omgeving, mede onder leiding van de beheerder.
 
Extra praktijk
 
11. Herfst/nazomer (zie les 1).
12. Herfst/nazomer (zie les 9).
 
 
 
Praktijklessen: kennis en vermeerdering van drachtplanten.
(Dit model is slechts uitvoerbaar, als de cursusplaats beschikt over een agrarische school met een gevarieerde tuin, kassen en praktijklokalen).
 
1. Vermeerderen algemeen, vegetatief en generatief.
  •      Zaaien van droge zaden, besvruchten, nootvruchten.
  •      Maken van perspotten .
  •      Verspenen.
2. Maken van winterstekken.
  • Opkuilen van winterstekken.
3. Enten (het beoefenen van 4 entmethoden).
  • Theoretische achtergronden van ent.
4. Scheuren van vaste planten.
  • Oppotten van deze planten.
5. Plantenkennis door middel van een excursie op het terrein.
6. Occuleren toepassen op appels en rozen.
7. Zomerstekken maken van groenblijvende heesters.
8. Plantenkennis: samenvatting van vermeerderingsmethoden bolgewassen
 
Winter: Herkennen van bomen aan de hand van vorm, schorstekening en knoppentabel.

Toelatingseisen:
Voor deze cursus dient de cursist in het bezit te zijn van het diploma basiscursus bijenteeltonderwijs of het diploma vervolgcursus bijenteeltonderwijs.

Leraren:
Leraren dienen bevoegd te zijn drachtplantenlessen te geven. Dienen voldoende kennis van de materie te hebben. Dienen geregistreerd te zijn als zodanig. Gastdocenten zijn personen met specifieke kennis van onderdelen van deze cursus.
 
Diploma:
Diploma wordt toegekend na bijwonen van 80%van de lessen en voldoende praktische en theoretische kennis.
 
Registratie:
Diploma wordt geregistreerd in een centraal register, t.b.v bijvoorbeeld toelating voor vervolgcursussen.
 
Faciliteiten:
Voor theorielessen dient een geschikte locatie aanwezig te zijn waar m.b.v moderne technieken lesgegeven kan worden.
Gebruik gemaakt kan worden van diverse literatuur, audiovisuele ondersteuning (video, film, dvd en computertechnieken)
Voor praktijklessen dient men te beschikken over voldoende plantaardige materialen.
  • Toestemming landeigenaren voor excursies.
  • Snoei en stekmateriaal.
  • Eventueel broeikas.

Klik Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken als de de drachtplantencursus wilt volgen of informatie hierover wilt.

Klik hier voor downloadlink van de de cursus.